Richtlijnen voor verwerken en afwerken van plaatmateriaal

Verwerken van plaatmateriaal (algemeen)

Juist opslaan. Recht en met voldoende ondersteuning.
Voorboren en verzinken


Opslag (op de bouwplaats)

• Opslaan op een droge en vlakke ondergrond, op balkjes of een pallet, niet in contact met aarde.
• Leg het plaatmateriaal droog en anders onder een zeil dat goed ventileert.

Zagen

• Handzaag: gebruik een scherp, fijngetand zaagblad met minimaal 7 tanden per 25 mm.
• Cirkelzaag: gebruik een scherp, fijngetand hardmetalen zaagblad, laat de zaagtanden 10 à 15 mm door het plaatoppervlak steken.
• Een slechte ondersteuning vergroot de kans op een slechte zaagsnede. Borg de plaat tijdens het zagen daarom goed.

Zichtbare montage

• Gebruik RVS-schroeven (evt. spijkers en nieten). Sommige houtsoorten hebben corrossieve eigenschappen (bijv.Western Red Cedar). Schroeven bieden een hoge trekvastheid.
• Schroefgaten in de plaat voorboren met een diameter gelijk aan de steel van de schroef. Vervolgens met een verzink- of soevereinboor de schroefkop verzinken.
• Handmatig nagelen wordt afgeraden i.v.m. mogelijke beschadigingen aan het oppervlak.
• Bij beschadigingen van de grondverflaag: meteen repareren om indringing van vocht tegen te gaan. Western Red Cedar kan “bloeden” in contact met vocht.

Schroefafstanden bij triplex

• Bij plaatdikten tot 12 mm: 40 cm afstand houden.
• Bij plaatdikten vanaf 12 mm: 60 cm afstand houden.
• Hoeken: 15 mm uit de hoek afstand houden.
• Randen: 10 mm uit de rand afstand houden.
• In geval van spijkers/nieten de onderlinge afstanden met 50% verminderen.

Lengte bevestigingsmiddelen

• Schroeven: 2.5 x de plaatdikte.
• Spijkers: 3 tot 4 x de plaatdikte.

Plaatmateriaal aan de gevel. Adviezen!

Ventilatie en dilatatie.
Figuur 1.
Buitenhoek detail
Figuur 2: hoekdetails
Buitenhoek detail
Buitenhoek detail
Nooit in verstek zagen.
Binnenhoekdetail
Hoeken afronden voor betere verfhechting
Figuur 3.
Afschuinen onderzijde.
Figuur 4.
Waterslagprofiel
Waterslagprofiel


Kies uitsluitend plaatmateriaal dat hiervoor geschikt is.


Ventilatie en dilatatie

• Zorg voor ventilatie! Maak een regelwerk achter de platen zodat voldoende ruimte ontstaat voor ventilatie.

• Breng regelwerk verticaal aan; gebruik wanneer dit niet kan een dubbel regelwerk van verticaal achterhout met daarop horizontaal regelwerk.
Gebruik bij houten regelwerk hout met duurzaamheidsklasse 1 of 2, of anders verduurzaamd hout.

• Zorg voor voldoende ventilatie aan boven én onderzijde van het geveldeel, zie figuur 1.

• Plaatmateriaal dat onderdeel uitmaakt van het gevelelement, moet in het geheel voldoen aan de KVT’95 uitgegeven door de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten (NBvT).

• Zorg altijd voor een tussenruimte tussen de platen van 10 mm. Dit geldt ook voor de aansluiting met andere bouwdelen, bijvoorbeeld kozijnen. Door deze dilatatie kunnen de randen eenvoudig worden onderhouden en hebben de platen ruimte om iets te werken.

• Panelen mogen nooit in verstek worden verbonden. Correcte hoekoplossingen waarbij rekening gehouden is met dilatatie ziet u in figuur 2. Schuin gezaagde randen kunnen beter vocht opnemen (capillaire werking).

Randafwerking

• Rond de randen af met minimaal R3, hierdoor dekt de verflaag in gelijke laagdikte (zie figuur 3).

• Schuin de randen aan de onderkant af, hierdoor wordt vocht weggevoerd naar de buitenkant en krijgt het geen kans in de verbinding te kruipen (zie figuur 4).

• Gebruik nooit een H-profiel, eventueel wel een waterslagprofiel. 

• Vul eventuele gaatjes (‘gaps’) in de randen en werk de randen af met een speciaal hiervoor ontwikkeld product. Breng dit op volgens voorschrift van de fabrikant. Om voldoende laagdikte te verkrijgen heeft het gebruik van een kwast hierbij de voorkeur.

Afwerking buiten

• Werk schroefgaten altijd onmiddellijk af met een niet-krimpend, overschilderbaar en voor de toepassing geschikt vulmiddel.

• Volg de adviezen van de verffabrikant op.

• Voor de afwerking van KOMO-gecertificeerde toepassingen gelden de richtlijnen in de SKH publicaties 07-01 en 04-01.

• Laat uw verfleverancier u adviseren over de keuze van het juiste verfsysteem en de verwerking hiervan.

Onderhoud

Geschilderde oppervlakken en randen hebben te verduren onder invloed van wisselend klimaat (krimpen/zwellen hout) en m.n. UV-straling (zonlicht) breekt verbindingen in (m.n. donkere) verf versneld af. Een jaarlijkse inspectie van randen en oppervlak en waar nodig bijwerken is dus noodzaak voor behoud van het plaatmateriaal.

HET NIET OPVOLGEN VAN DE VOORSCHRIFTEN BETEKENT DAT GARANTIE OP HET PLAATMATERIAAL VERVALT.

Juiste keuze plaatmateriaal bij de juiste toepassing

Plaatmateriaal dat blootgesteld wordt aan klimaat / weer, kiest u uit 'buitentoepassingen'. Houtsoort, verlijming en opbouw zijn bepalend voor de kwaliteit. Meestal is het voorzien van een KOMO-keurmerk. Voor gebruik aan de gevel is het (minimaal) CE 4 gemarkeerd. Het buiten toepassen van plaatmateriaal betekent ook dat dilateren, ventileren, afwerken en onderhoud heel belangrijk is voor het behoud van het plaatmateriaal

U gebruikt plaatmateriaal met CE 2+ markering voor constructieve toepassingen. Dat is logisch.

In het blauwe vak 'Zoek op' kunt u kiezen op toepassing.

Mist u informatie? Stel hier uw vraag.

grijze IP-randsealer
Voor de juiste bescherming